|
Zaterdag 2 september 2006
Het enorme gesuis van de wind en gekletter van de regen tegen
de ramen doet velen snel in slaap vallen maar sommigen zoals Ronnie
liggen er van wakker: zal het weer zich overdag wel herstellen ?
Gelukkig blijft het ook vandaag grotendeels droog met redelijk (verge)zicht
want de tocht over Dingle-eiland is één van de hoogtepunten van onze
reis zoals we na ons vertrek om 08.15 uur al gauw ontdekken. Eerst
leggen we een stukje over de gewone autoweg af, nemen dan een wat
smallere weg en komen om 09.35 uur door Castlemain, “geboorteplaats van
de Wild Colonial Boy” zo staat trots op een bord bij de gemeentegrens
vermeld. Het leven van deze bekende Ierse jongen is, hoe kan het ook
anders, bezongen in een lied dat Ronnie op hetzelfde moment door de
speakers laat klinken. Zo komen wij te weten dat het jochie in
Castlemain werd geboren en op z’n 16e naar Australië
emigreerde. Daar begon pas echt het avontuur dat helaas van korte duur
zou zijn. “Het robbed the rich and helped the poor” als een onvervalste
Robin Hood maar twee heren met de namen Davis en Kelly konden die acties
niet waarderen en zetten al schietend de achtervolging in. Eén goed
gemikt schot maakte een einde aan het leven van the Wild Colonial Boy.
Het liedje zelf duurt trouwens ook niet echt lang, wellicht mede door de
in de bus geïnstalleerde steeds haperende cd-speler, die alles behalve
shockproof is (en de wegen zijn nogal hobbelig …).
|
Een half uurtje later weet eet Ronnie Ritchie te overtuigen een
stop te maken bij Inch Strand, een van de weinige Ierse standjes langs
de kust, onder de belofte dat iedereen echt goed z’n voeten zal vegen
bij terugkeer in de bus. En daar gaan we, de wind trotserend het strand
op, en maken foto’s van de tamelijk woeste zee en uitzichten richting
andere schier-eilanden. Dit strand was ooit één van de locaties waar de
bekende film ‘Ryan’s daughter’ is geschoten (Iers meisje wordt ten tijde
van de Ierse Pasenopstand van 1916 verliefd op een Britse officier met
alle drama’s van dien). We houden woord; na afloop blijft Ritchies bus
schoon. Nu wordt de route pas echt mooi. Via steeds smallere wegen, waar
bussen volgens stilzwijgende afspraak met de klok mee rijden omdat ze
elkaar hier niet kunnen passeren, bereiken we om 11.00 uur het plaatsje
Dingle. We kunnen even de benen strekken, plassen en poseren naast of op
het standbeeld van de beroemste ‘inwoner’ aldaar: de dolfijn Fungie.
|
|
Degenen, die aan de linkerkant van de bus zitten, boffen want
zij zien de steile rotsen en kolkende zee links van de weg, die bekend
staat als de Slea Head Drive. Op een goed uitzichtspunt staan we even
stil om te kijken naar en foto’s te maken van de in nevelen gehulde
bergen van de Ring of Kerry. Een kwartiertje later stoppen we weer maar
dan om de vier in de zee gelegen Blasket Islands in te zoomen. De
laatste bewoners moesten de Blasket Islands in 1953 verlaten op last van
de overheid. Meer over deze geschiedenis komen we te weten in het
moderne Blasket Heritage Centre, waar we de lunch gebruiken (de open
sandwich melted tuna & union met friet en salade is een echte aanrader
!). Enkele vakmensen zijn er van hout een boot aan het maken, die
typisch is voor deze streek en door meerdere personen boven hun hoofd
naar zee wordt gedragen. Hiermee zou de heilige Brandon ooit naar
Amerika zijn gevaren aldus de legende maar waarschijnlijk is het
een mythe als je ziet hoe klein zo’n bootje is.
|
Als een andere De Jong bus van de reis ‘Ring of Kerry’ ook bij
het Centre arriveert, is het voor ons tijd weer verder te gaan. Niet dat
we lang in de bus zitten; om 13.30 uur stappen we uit om de Gallarus
Oratory te bezichten, een wonderlijk klein kerkje in de vorm van een
mijter die tussen de 6e en 9e eeuw geheel is
opgebouwd uit steen zonder gebruik van cement. Het heeft als door een
wonder alle stormen des tijd ongeschonden doorstaan, zelfs de
vernietigingsgolf van de Vikingen. Het kost alleen wel een paar euro’s
om er naartoe te mogen lopen en we worden zelfs twee keer geteld, bij de
ingang en vlakbij het kerkje, waar een medewerker ons met Oost Duitse
stiptheid een nutteloos bonnetje in de handen duwt.
Vlakbij is een paadje dat is ‘overkoepeld’ door een schitterende haag
van wilde fuchsia’s. |
|
Na de kerkgang keren we via Dingle in ongeveer 2,5 uur
hotelwaarts en komen (net als op veel plaatsen in Ierland) ontelbare
Pottery’s tegen. De Betty’s en Mary’s van Ierland zijn erg creatief met
klei. Vlak voor de afslag naar Kenmare kunnen we vast een blik werpen op
de plek waar we morgen heen gaan: de meren van Killarney.
|
|