|
maandag 4 september 2006
|
Regen, regen en nog eens regen. De reisgids belooft ons “een prachtige
natuurtocht over het schiereiland Iveragh met zijn beroemde
route “Ring of Kerry”. Een onvergetelijke rit met magnifieke
vergezichten over de Atlantische Oceaan.”. Het Ierse weer steekt daar
echter een waterrijk stokje voor. Na wederom een vroege start (vertrek
08.45 uur) krijgen we vooral veel regen op ons dak en is het
natuurschoon de hele dag in nevelen en onheilspellend donkere wolken
gehuld. Ligt het daaraan of is de route mede vanwege het toerisme niet
zo spectaculair als de reisgids ons in het vooruitzicht heeft gesteld ?
De bussen rijden de Ring volgens onderlinge afspraak nog steeds tegen de
klok in maar gezien de inmiddels zeer brede provinciale weg over het
eiland is dat eigenlijk niet echt meer nodig. Vroeger was dit een smalle
(kust)weg maar deze is verbreed vanwege de enorme colonne van
toerbussen, die dagelijks heel veel toeristen uit alle windstreken over
de Ring vervoeren.
Al zijn we in het naseizoen, toch krijgen we een idee hoe
gigantisch druk het hier in de zomer moet zijn als we uitstappen bij
Kerry Bog Village, een dorpje met een paar veencottages en een café waar
men volgens eigen zeggen de lekkerste Irish coffee van Ireland maakt.
Aangezien we net in Bunratty Park zijn geweest, is deze kleine
nederzetting niet zoveel bijzonders. Wel is Ritchie binnen no-time
omsingeld door bussen met vooral Duitse, Britse en Amerikaanse gasten,
die vaak strompelend hun weg zoeken. |
|
Ook niet alle buschauffeurs zijn
even snel, zo ervaart Ritchie later op de dag, als een onervaren
chauffeur in kalm tempo de weg over de Ring verkent met een steeds
grotere sliert toerbussen achter zich aan. In Killoglin, op een paar
minuten afstand voor Bog Village, zijn wel snelle jongens te vinden. Bij
de brug staat een standbeeld van een bok, the King Puck. Elk jaar vindt
hier de Puck Fair plaats waarbij een wilde bok voor drie dagen tot
koning van het stadje wordt gekroond. Na afloop wordt het beest gemerkt
alvorens hij wordt vrijgelaten zodat hij niet kan worden herkozen.
Prompt merkt Ronnie op “Sommigen vinden dat we dat ook bij onze koningen
zouden moeten doen.”. Misschien is het nog beter als de Belgen
kroonprins Philippe maar helemaal overslaan en hopen op diens
nageslacht. |
|
Vlak voor de hoofdstad Caherciveen kunnen we in slow motion een
blik werpen op de ruïnes van het geboortehuis van Daniel O’Connell, de
man die veel strijd heeft gevoerd voor de verbetering van de rechten van
de Ierse mensen. Na veel tijd in de gevangenis te hebben doorgebracht,
werd deze voormalige burgemeester van Dublin uiteindelijk als eerste
katholiek ooit in het parlement in Londen gekozen. Helaas stoppen we
niet in de hoofdstad met de St Daniel O’Connell kerk, de enige kerk in
Ierland die niet naar een heilige is genoemd. Wel slaan we vanuit de
hoofdstraat een zijweg in die ons brengt langs The Barracks, een wit
kasteelachtig gebouw dat in India had moeten staan maar waarvan de
onderdelen om onverklaarbare wijze in Ierland belandden. Iets verderop
lopen we naar het Cahergeal Stone Fort. Het is een heel oude ingenieuze
constructie van stenen (uit vele eeuwen voor Christus) waarvan de exacte
functie onbekend is. Binnenin het ronde fort kun je via allerlei trappen
de muren opklimmen, hetgeen we dan ook massaal proberen al is het
vanwege de regen een tamelijk glibberige aangelegenheid. Ietsje verder
terug dichter bij de kust ligt nog zo’n fort (Leacanabuaile Stone Fort). |
|
Om 12.00 uur warmen we op in The Old Schoolhouse. De erg dure lunch (o.a.
€ 9,95 voor een bordje droge fish met erg weinig chips) hebben we snel
achter de kiezen. Gelukkig maar want elke 20 minuten ontvangt dit
restaurantje een volgende bus klanten. |
|
Veel eerder dan gepland zit iedereen na de lunch weer in de bus en
zetten we de tocht voort naar … een standbeeld van Charlie Chaplin ! Hij
blijkt vaak vakanties op dit eiland doorgebracht te hebben en is als
dank daarvoor geëerd met een goed gelijkend standbeeld. Ronnie stelt dat
Chaplin waarschijnlijk een Ier was gezien het standbeeld maar dat is
onjuist; Chaplin is een rasechte Brit, geboren en getogen in één van de
Londense slumps. Het is heel even droog zodat we eventjes langs de kust
kunnen uitwaaien. De route brengt ons verder de heuvels in en eenmaal op
het hoogste punt valt er door de mist en regen niet zoveel te
fotograferen, hoogstens een standbeeld van een onbekende, mogelijk
heilige dame. Van de bekende rotsige Skellig eilanden zien we helaas
niets. Na een tijdje achter de eerder genoemde buschauffeur te hebben
aangesukkeld, geeft hij Ritchie de ruimte om te passeren en komen we aan
in Sneem, waar een andere beroemdheid herdacht wordt. Hier spreekt
Charles de Gaulle via een plaquette zijn dank uit aan de inwoners voor
hun steun tijdens zijn jaren van depressies (na beëindiging van zijn
carrière als staatsman). Dankzij de wind en regen is het erg druk in de
vele souvenirwinkels alhier. Verder is er niet veel te doen dus niemand
vindt het echt erg om weer door te rijden. Als we langs het uitkijkpunt
Moll’s Gap komen, bestaat er geen animo de bus uit te gaan want van de
uitzichten is toch niets te zien. Zo komt er al om 15.45 uur een einde
aan deze excursiedag maar na regen volgt knallend muzikaal vuurwerk.
’s
Avonds in één van Kenmare’s kroegen speelt de 19-jarige Michael O’Brien
van 20.30 tot 23.00 uur ononderbroken en onder daverend applaus van de
Dutch audience met grote bezieling de sterren van de hemel op zijn BC &
C#D accordions.
|
|